De Hoge Raad over de hoogte van de ontslagvergoeding

De Hoge Raad heeft op 30 juni 2017 een antwoord gegeven op de vraag hoe de ontslagvergoeding moet worden vastgesteld als een werknemer ten onrechte wordt ontslagen door de werkgever. Is het een ‘boete’ voor de werkgever, of een financiële compensatie voor de werknemer?

Wanneer een werknemer wordt ontslagen door een werkgever terwijl dit in strijd met de wet is, kan de werknemer dit aan de rechter voorleggen. De werknemer kan kiezen wat hij aan de rechter vraagt. Wil hij in dienst blijven? Of wil hij een ontslagvergoeding ontvangen?

Als de werknemer kiest voor de vergoeding, is het sinds de invoering van de nieuwe wetgeving in 2015 de vraag hoe deze ‘billijke vergoeding’ dient te worden berekend. De Hoge Raad heeft hierover in een arrest van 30 juni 2017 een belangrijke uitspaak gedaan.

In de zaak die aan de Hoge Raad werd voorgelegd, ging het om een kapster die na 25 jaar ten onrechte werd ontslagen. Deze werkneemster liet het er niet bij zitten en vroeg de rechter om een financiële compensatie aan haar toe te kennen.

Volgens de kantonrechter en het Hof moest het gaan om een bedrag met een bestraffend en afschrikwekkend karakter. De werkgever kreeg als het ware een boete opgelegd.  De werkneemster vond dit geen terecht uitgangspunt. Door toedoen van de werkgever leed zij veel schade en zij wilde dat al haar werkelijke schade zou worden vergoed.

Uiteindelijk is de zaak voorgelegd aan de Hoge Raad. De Hoge Raad was het eens met de werkneemster. De duur van het dienstverband, de leeftijd van de werkneemster en de kans op een nieuwe baan moeten inderdaad een rol spelen bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding.

Voor werknemers is dit een positieve ontwikkeling in de rechtspraak.

Heeft u een arbeidsgeschil? Neem contact met ons op en overleg vrijblijvend met een advocaat van Alcmaria Advocaten.